Nieuws

BBWest houdt u graag op de hoogte van al het nieuws rond brandpreventie. Lees hieronder het laatste nieuws!

Wat betekenen brandveiligheidsontwikkelingen voor het bedrijfsleven?

Gepubliceerd 16 november 2015

Ricardo Weewer, lector Brandweerkunde bij de brandweeracademie van het Instituut Fysieke Veiligheid, duidt de trends en ontkracht een aantal hardnekkige mythen.

Het is een rijksbrede trend, de terugtredende overheid, die meer verantwoordelijkheid en beslissingsruimte legt bij de samenleving. Als het over brandveiligheid gaat: bij gebouwbeheerders en gebruikers. Het realiseren van een passend brandveiligheidsniveau is primair hún verantwoordelijkheid. Maar dan moeten bedrijven die beleidsruimte wel gebruiken en dat gebeurt volgens brandweerlector Ricardo Weewer nog onvoldoende.

“De overheid heeft in de regelgeving, met name het Bouwbesluit 2012, minimale wettelijke vereisten vastgelegd waaraan gebouwen moeten voldoen”, aldus Weewer. “Die eisen zijn uitsluitend gericht op tijdige en veilige ontvluchting van aanwezige personen en op het voorkomen van branduitbreiding naar de buren.

Veel gebouwbeheerders denken dat, als zij aan die wettelijke eisen voldoen, ze automatisch een brandveilig gebouw hebben, maar dat is een hardnekkige mythe. Want een gebouw dat volledig compliant is aan het Bouwbesluit 2012, kan nog steeds afbranden. Extra preventieve maatregelen voor snelle detectie, brandbeheersing en dus behoud van het gebouw en bedrijfscontinuïteit, zijn geen zaak voor de overheid, maar voor de ondernemer. Ik zie een trend waarin bedrijven gemakshalve kiezen voor uitsluitend het wettelijk minimum, omdat dat moet. Zonder gedegen eigen risicoanalyse en een eigen visie op brandveiligheid. Zo zijn er onvoldoende waarborgen voor een integraal brandveilig gebouw. Bijkomend probleem is dat gebouwbranden in stedelijk gebied steeds vaker een grote impact hebben op de omgeving. Vaak moeten andere gebouwen worden ontruimd, wegen afgezet, het openbaar vervoer omgeleid of raakt vitale infrastructuur ontwricht. Bovendien leveren grote branden vaak ook gevaar op voor het milieu en de volksgezondheid, want bij elke brand komen schadelijke stoffen vrij. Met al deze effecten wordt in de regelgeving geen rekening gehouden.”

Dat investeren in extra brandveiligheid bovenop het wettelijk minimumniveau weggegooid geld is omdat de verzekeraar toch wel de schade vergoedt, is volgens Weewer een tweede mythe.

Want verzekeraars dekken vaak wel de directe brandschade, maar niet altijd de economische gevolgschade van productieverlies en verlies van omzet. Niet voor niets gaat een groot deel van de door brand getroffen bedrijven binnen twee jaar failliet.

Maar de brandweer komt toch om de boel tijdig te blussen? Daar is mythe nummer drie. Het beeld dat de brandweer bij bedrijfsbranden altijd naar binnen gaat om het vuur te temmen en het bedrijf te redden, moet volgens Weewer behoorlijk worden genuanceerd. Want dat kan niet altijd. Weewer: “Natuurlijk, de brandweer doet altijd haar best en zeker als er mensenlevens in het geding zijn, gaat zij tot het uiterste. Maar als het louter gaat om schadebeperking, neemt de brandweer geen risico’s. Branden veranderen van karakter, doordat steeds meer kunststoffen worden toegepast en gebouwen beter worden geïsoleerd. Branden ontwikkelen zich sneller, genereren grotere hitte en meer giftige rook en raken sneller onbeheersbaar. Dat zien we bij woningbranden, maar ook bij bedrijfsbranden. Als dan de preventieve voorzieningen in gebouwen onvoldoende zijn om branden beheersbaar te houden, bijvoorbeeld met een automatische blusinstallatie, dan is het voor de brandweer simpelweg te gevaarlijk om naar binnen te gaan. De mogelijkheden en onmogelijkheden tijdens een brand worden in feite al bepaald in het ontwerpproces van een gebouw, door keuzes over het brandveiligheidsniveau die door de gebouweigenaar zijn gemaakt.”

De mogelijkheden en onmogelijkheden tijdens een brand worden in feite al bepaald in het ontwerpproces van een gebouw

Sinds een fatale brand in een scheepswerf in De Punt in 2008, waarbij drie brandweerlieden omkwamen, werkt de brandweer aan de invoering van een nieuwe brandweerdoctrine. Uitgangspunt is het minimaliseren van risico’s voor het brandweerpersoneel, vanuit het oogpunt van arbeidsveiligheid. De terughoudendheid bij binnenbrandbestrijding volgens de nieuwe brandweerdoctrine betekent niet dat de brandweer alle gebouwen maar lukraak laat afbranden, een mythe die leeft bij sommige verzekeraars. “Dat past niet bij kwaliteit die de brandweer nastreeft en de passie voor haar vak. Daarom zoekt de brandweer naar nieuwe innovatieve inzetmethodieken om risicovolle branden van buitenaf effectiever te bestrijden. Bijvoorbeeld met ultrahoge druk blussystemen, waarmee dwars door muren en deuren in brandende ruimten kan worden gespoten om te koelen. Dan lopen brandweerlieden minder risico.”

Brandonderzoek

De brandweer en de Brandweeracademie versterken op meerdere fronten de inspanningen op het gebied van onderzoek en kennisontwikkeling. Brandonderzoek en wetenschappelijke brandproeven geven beter inzicht in brandoorzaken en brandgedrag en in de werking van preventieve voorzieningen. Weewer: “De praktijkexperimenten die de Brandweeracademie samen met brandweer, kennisinstituten en bedrijfsleven uitvoert, dragen bij aan effectievere vormen van brandbestrijding. Zo krijgt de brandweer bij branden in bedrijfsgebouwen meer mogelijkheden om een ‘afbrandscenario’ te voorkomen.”

Veiligheidsnetwerk

Maar de crux van een brandveilige samenleving zit volgens Weewer vooral in de vorming van maatschappelijke veiligheidsnetwerken, waarin overheid, burgers en bedrijven samen optrekken. Door gezamenlijk meer te investeren in de voorkant van de veiligheidsketen (preventie) is de grootste veiligheidswinst te behalen. En daarin ziet de brandweer voor zichzelf een stevige rol als brede kennis- en adviesorganisatie, die burgers en bedrijven faciliteert en ondersteunt bij het goed regelen van hun brandveiligheidsoplossingen.

De brandweer wil breder adviseren dan alleen op de minimumeisen die de wet voorschrijft

Weewer: “De brandweer wil breder adviseren dan alleen op de minimumeisen die de wet voorschrijft. Zwaardere brandveiligheidsvoorzieningen kan zij nu alleen eisen in risicovolle situaties, zoals panden waar verminderd zelfredzamen verblijven. De brandweer is al heel actief in het domein wonen met projecten rond ‘brandveilig leven’, maar wil er ook zijn voor het bedrijfsleven. Er zijn veel particuliere adviesbureaus die bedrijven prima kunnen helpen met hun brandveiligheidsvraagstukken. Maar de brandweer wil ook haar bijdrage leveren, omdat repressie en preventie niet los van elkaar kunnen worden gezien. Het belangrijkste is dat we een groter brandveiligheidsbewustzijn kweken bij gebouweigenaren en hen doordringen van de gevolgen van hun beslissingen. We willen duidelijk maken dat brandveiligheid niet ophoudt bij het voldoen aan minimumeisen, maar dat er ook oog moet zijn voor bedrijfscontinuïteit en veiligheid voor de omgeving. Die maatschappelijke krachtenbundeling is de missie van de brandweer voor de komende jaren.”